Lezersreactie:
Tramsteden top-10
Graag willen wij reageren op de Tramsteden Top-10 in OV-magazine van februari 2008. Het is de lezer namelijk niet
duidelijk op basis van welke criteria deze rangorde tot stand is gekomen. Welke weegfactoren hebben de doorslag gegeven?
De auteurs geven in de inleiding aan welke steden tot voorbeeld kunnen dienen voor steden als Groningen en Nijmegen. Kortom middelgrote steden die de tram opnieuw willen invoeren. Is de genoemde toptien nu werkelijk het lijstje waarop niet randstedelijke beleidsmakers zich kunnen baseren? VIEV vindt van niet; een gemiste kans.
Straatsburg valt qua stadsgrootte direct af. Toch bezet deze stad de derde plaats. Freiburg is een stad die al jarenlang een tramnet heeft; en valt qua innovativiteit dan ook af. Het gaat om tramtreinsteden waar iets nieuws tot stand is gekomen.
Als vereniging - die sinds 1997 pleit voor invoering van de treintram in Nijmegen - hebben wij ons in de negentiger jaren laten inspireren door tramtrein voorbeelden in Zwickau en Saarbrücken. Beide middelgrote steden worden niet in de toptien genoemd. Beide steden koppelen toch echt stad en regio aan elkaar met hun
tramtreinconcept.
Toentertijd verscheen ook de CD-rom 'Light rail' van Goudappel Coffeng. Dat was nog in de tijd dat dit bureau nog niet de bandentram had ontdekt als HOV-alternatief voor Nijmegen. De iconen van toen (2000) waren alweer Saarbrücken, maar ook Orleans, Parijs, Straatsburg en Karlsruhe. De laatste drie steden vallen qua stadsgrootte af, maar waar is Orleans gebleven? De stad behoort tot de afvallers. Was dit niet de stad die in
OV-magazine als voorbeeld werd gesteld voor de koppeling tussen ruimtelijke ontwikkelingen en OV-assen. Als voorbeeld om verlepte binnensteden op te pimpen. Toen schreef uw redacteur Eduard de Jong al hierover, toentertijd een baanbrekende publicatie. Nu, tien jaar later, begint het inzicht over de koppeling RO en Mobiliteit mondjesmaat door te dringen tot onze beleidsmakers.
Het voorbeeld van nu is zonder meer Kassel. Terecht noemen de auteurs deze stad de nieuwe icoon in tramtreinland. Ons inziens mag men zelfs spreken van het
'Kasseler model'. Waarom staat deze plaats dan op de achtste plaats? Wat VIEV betreft mag deze stad de lijst aanvoeren! Kassel laat zien hoe met weinig middelen een uiterst effectieve koppeling tot stand komt tussen trein en tram, tussen regio en stad.
De stad Kassel laat ook zien hoe het niet meer hoeft: vertramming van spoorlijnen. Vertramming is achterhaald met de introductie van hybride tramtreins (zowel elektrisch als diesel). Zondermeer is dit een technologische innovatie. Beide auteurs noemen deze innovatie niet eens. Kassel is dan ook het voorbeeld voor Groningen en ook Nijmegen. Groningen kiest namelijk expliciet voor een tramtrein. Nijmegen kiest helaas hier nog niet voor, ook al ligt koppeling voor de hand gezien de stilgelegde railverbinding naar het Duitse Kleve. Kassel is ook het voorbeeld voor de spoorlijn van Zwolle naar Kampen die ProRail wil gaan vertrammen. Pak het aan zoals Kassel dat doet. Schaf het juiste materieel aan, en rijden maar!
Valenciennes is inderdaad een stad die ons inziens in de topdrie thuishoort omdat het qua stads- en schaalgrootte vergelijkbaar is met Nijmegen en Groningen. De Fransen kiezen in tegenstelling tot Kassel wel voor vertramming van een oud goederenspoor naar Denain, een stadje dat net zo groot is als Groesbeek. Een hoge investering van meer dan 80 miljoen
euro . . .
De grote concurrent van Valenciennes is niet Kassel, maar Le Mans. Voor VIEV staat deze stad op nummer 2. Deze stad is niet alleen qua stadsgrootte vergelijkbaar (slechts 150.000 inwoners) met Nijmegen en Groningen, maar heeft het laagste kostenkengetal van Frankrijk op zijn naam: circa 20 miljoen euro per kilometer trambaan. De auteurs zijn van dit lage kostenkental kennelijk niet op de hoogte. De vraag
'wat kost het' is toch de eerste reactie van elke Nederlandse bestuurder? De stad wordt niet eens genoemd als
'afvaller', terwijl in het decembernummer een grote foto prijkte van de oranje trams van Le Mans.
Sowieso lijkt de Tramsteden top-10 los te staan van eerdere publicaties in OV-Magazine. In de afgelopen periode werd bericht over diverse (trein)tram-projecten in Europa zoals Le Mans, Marseille, Bordeaux (met zijn innovatieve tractie energiesysteem onder de grond) en Tenerife. Waarom heeft de redactie niet een selectie gemaakt op basis van steden die de laatste jaren zijn voorgesteld?
Alicante is de aangename verassing in deze toptien. Over Alicante moet aangevuld worden dat daar recentelijk, sinds voorjaar 2007, nieuw Train-Tram materieel is geïntroduceerd van Alstom (zie TransUrban, no2/2007). Helaas prijkt op de foto nog een oude tram van Siemens Duewag uit de negentiger jaren. Hopelijk dat u binnenkort nader, met actuele informatie, kan berichten over dit tramtreinproject op Spaanse bodem.
Marcel Walraven
Voorzitter van de Vereniging voor Innovatief Euregionaal (rail-)Vervoer (VIEV)