Secessie 9 febr. 2005:
Minkukels op het spoor
Dr. Paul Belien
Ik lees De Standaard niet. Ik mis hem niet, maar DS mist mij. Vorige week ontving ik een wervingsbrief waarin de krant probeert om mij als nieuwe abonnee te strikken. De brief is ondertekend door Marc Reynebeau. Hij probeert mij te overhalen met het argument dat DS binnenkort een exclusieve 15-delige historische reeks publiceert over 175 jaar België. Reynebeau vertelt in zijn briefje dat hoofdredacteur Peter Vandermeersch hem daartoe opdracht had gegeven, "want, Marc, België viert dit jaar een jubileum!" Indien ik van die reeks "geen letter wil missen," suggereert Reynebeau, dan neem ik best een abonnement.
Dat doe ik dus lekker niet. Reynebeau's visie op België is bekend. Hij houdt van België om dezelfde reden waarom ik het verafschuw. Omdat het "surrealistisch" is, omdat het niet ernstig genomen kan worden en omdat het geen andere identiteit heeft dan die van de non-identiteit. Reynebeau en Co koesteren België omdat het de nar is in het internationale gezelschap. België zet door zijn loutere bestaan een neus naar alle landen die zichzelf au sérieux nemen, zeggen ze.
Maar net zoals de nar aan middeleeuwse hoven een lelijke, mismaakte dwerg was, zo is ook België een misbaksel. De rol van hofclown is bovendien een pover substituut voor wie een machtige edelman had kunnen zijn.
Expeditie
Het Nederlandse dagblad De Volkskrant schreef onlangs dat indien de Nederlanden in 1830 niet uit elkaar waren gevallen, wij "nu een machtig land hadden kunnen zijn." Dat land zou 175 jaar lang een leidinggevende functie in Europa hebben gespeeld. De ramp van 1830 maakte België echter tot een vazal van Frankrijk en deed Nederland, aldus Prof. Remieg Aerts, historicus aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, in zichzelf keren en zich afwenden van de internationale machtspolitiek.
Moeten wij, die grote Nederlanders hadden kunnen zijn, bijgevolg het jubileum gaan "vieren" van het feit dat we Belgische minkukels zijn? Ja, zegt Peter Vandermeersch, die bovendien meent dat we dit moeten doen door zijn krant te kopen zodat Reynebeau ons kan komen uitlachen. Ik voor mijn part treur liever om wat had kunnen zijn. Ik merk het wanneer ik naar Eindhoven wil.
Eindhoven is de grote stad die het dichtst bij mijn woonplaats ligt. Met de wagen ben ik er sneller dan in Antwerpen. Ik woon vlakbij het station van Mol. Met de trein sta ik binnen drie kwartier in het centrum van Antwerpen. Maar als ik met het openbaar vervoer naar Eindhoven wil, is dat een expeditie die enkele uren in beslag neemt. Is dit het verenigde Europa?
Tilburg en Turnhout liggen amper 35 kilometer van elkaar. Tilburg heeft een universiteit, maar er zijn amper Turnhoutenaars die er studeren. Moest 1830 niet gebeurd zijn, dan reed er elk uur een klokvaste trein van Turnhout naar Tilburg, zoals er elk uur klokvast naar Antwerpen of Brussel gespoord wordt. Er heeft ooit een trein tussen beide steden gereden, maar in de vroege jaren zeventig van vorige eeuw werd de lijn gesloten, de sporen opgebroken en een fietspad in de plaats gelegd. Dat is de vooruitgang in het verenigde Europa. In plaats van ons dichter bij elkaar te brengen, werden we verder van onze naaste buren verwijderd. Een Antwerpenaar raakt met het openbaar vervoer gemakkelijker in Parijs dan bij Prof. Aerts in Nijmegen.
Zeven kilometer
Net als Turnhout is ook Neerpelt vandaag een terminus. Hier houdt de spoorverbinding vanuit Antwerpen op. Oostwaarts, naar Weert en de Roerstreek toe, is de zg. "Ijzeren Rijn" al sinds 1923 gesloten. De Antwerpse havenbazen zouden de lijn graag heropenen voor goederentrafiek. Noordwaarts en zuidwaarts van Neerpelt liggen er echter ook sporen, naar respectievelijk Eindhoven en Hasselt. Moest die lijn heropend worden, dan waren die beide steden op minder dan een uur met elkaar verbonden. Vandaag is het spoor dood. Indien 1830 niet gebeurd was, dan zouden er nu treinen donderen.
Vanuit Maastricht kan men sinds 1853 met het spoor rechtstreeks naar Aken. Die lijn wordt al meer dan 150 jaar door passagiers gebruikt. Ook de verbinding Hasselt-Maastricht maakte oorspronkelijk van deze lijn deel uit. Het was zelfs de allereerste Euroregionale verbinding. Nederland wil tegen begin 2007 zes kilometer spoor tussen Lanaken en Maastricht heropenen. Om Hasselt op deze lijn aan te sluiten ontbreken een luttele zeven kilometer spoorbaan. Ook hier sloot België in 1954 de oude lijn en legde fietspaden op de internationale Europese treinbanen.
11,6 miljoen
Indien de verbinding wordt heropend, kan men Antwerpen via Hasselt, Maastricht en Aken rechtstreeks verbinden met Keulen. In Hasselt ijvert het "Herdenkingscomité Lijn 20 - 150 jaar spoorverbinding Hasselt-Maastricht" voor zo'n "Euro-City"-connectie. Men botst op het onbegrip van de NMBS. De secretaris van het comité beklaagt er zich over dat de Vlaamse verbindingen oostwaarts stelselmatig worden tegengewerkt. Dat geldt ook voor die naar het noorden.
Er zijn vandaag langs de gehele 450 km lange Vlaams-Nederlandse grens slechts twee spoorlijnen in gebruik, die tussen Essen en Roosendaal, en die tussen Zelzate en Sas van Gent (waarop nu en dan een vrachttrein rijdt). Ander Vlaams-Nederlands spoorcontact is er niet. Onze regeerders hebben de mond vol over de noodzaak om Europese contacten te leggen en Euregio's uit te bouwen, maar wanneer het om het nabuurschap van de Nederlanders uit Noord en Zuid gaat, dan staan ze op de rem. Dan geldt nog steeds het principe van 1830, namelijk dat de banden met Nederland doorgeknipt moeten worden en die met Frankrijk aangehaald. Straks krijgen we weliswaar een TGV-verbinding tussen Amsterdam en Antwerpen. Maar ook dat geldverslindend project past binnen het plaatje: het is slechts de verlenging van de navelstreng met Parijs. De luttele som van 11,6 miljoen euro om de zeven kilometer tussen Hasselt en Maastricht te herstellen, blijkt niet voorhanden. De miljarden om Luik via de TGV met Keulen te verbinden zijn er wel.

Secessie is een uitgave van het Mia Brans Instituut (B)
verantwoordelijke uitgever: Dr. Alexandra Colen
hoofdredacteur: Dr. Paul Belien