BTTB-prijs voor internationale busverbinding

Grensoverschrijdend spoorvervoer ondermaats 

De Bond van Trein-, Tram- en Busgebruikers (BTTB) reikte onlangs de BTTB-prijs uit aan de Communauté Urbaine de Dunkerque voor het organiseren van grensoverschrijdend openbaar vervoer tussen Duinkerken en De Panne. Er is echter nog een lange weg te gaan, aldus de BTTB.
Per trein of per bus de grens over is niet altijd evident. Frans Dumont, voorzitter BTTB: ,,Ondanks het eengemaakte Europa eindigen nog te veel treinen net voor de landsgrenzen: Neerpelt, Turnhout, Poperinge, De Panne zijn geen logische eindpunten. Waar wel treinen de grens overgaan, kost een kaartje voor de klant een veelvoud van een binnenlandse verplaatsing.” 50 jaar geleden verdwenen de laatste grensoverschrijdende treinen van de Westhoek naar de Région Nord-Pas-de-Calais. Ook het aantal buslijnen dat vanuit West-Vlaanderen naar Frankrijk rijdt kan worden geteld op de vingers van één hand.
Dat het ook anders kan, bewijst de Communauté Urbaine de Dunkerque: op initiatief van het stadsgewest Duinkerken rijdt sinds februari 2000 elk uur een bus Dunkerque – De Panne Station. De dienstregeling van de bussen sluit bovendien perfect aan bij de treinen van De Panne naar het binnenland. 
De BTTB zet daarom de Communauté Urbaine in de bloemetjes. Frans Dumont: ,,Een voorbeeld dat navolging verdient. Het is helaas één van de weinige goed werkende grensoverschrijdende busverbindingen vanuit Vlaanderen. Er is nood aan meer lijnen. In West-Vlaanderen is er niet alleen nood aan busverbindingen vanuit Ieper en Menen over de grens, ze moeten ook beter bekend gemaakt worden bij het grote publiek”

Maar de BTTB wil verder gaan. Het streefdoel is het herstel van een spoorverbinding over de grens, in de vorm van een light rail tussen De Panne en Duinkerken of een doortrekking van kusttram. De BTTB pleit ervoor ook elders de grenzen te laten vervagen voor de gebruikers van het openbaar vervoer. Concreet ijvert de vereniging voor een doortrekking van de binnenlandse treindienst van Neerpelt tot Weert (Nederlands Limburg), van Brecht-Noorderkempen naar Breda, en voor light raillijnen Hasselt-Maastricht en Gent-Zelzate-Terneuzen.


De tram gaat binnenkort de Frans-Belgische grens over

De Noordfranse stad Valenciennes heeft, na het realiseren in 2006 van een eerste tramlijn grootse plannen. Gepland is uitbreiding met nog drie tramlijnen, inclusief een grensoverschrijdende lijn naar de Belgische grensstad Quiévrain. 
Valenciennes heeft 44.000 inwoners. Ter vergelijking: Nijmegen, waar ook aan een tramnet wordt gedokterd, heeft 160.000 inwoners. 


Het Belgische dagblad Le Soir schrijft op 9 juni 2007 over dit initiatief het navolgende: 

De Fransen gaan hun tramnetwerk in Valenciennes uitbreiden door een verbinding te leggen tussen Valenciennes en het Belgische station Quiévrain. Dit vergt de aanleg van veertien kilometer rail.

Quiévrain - De Fransen houden er aan vast. En de Belgen geloven erin. Valenciennes zal met Quiévrain via de tram verbonden worden. En met deze tram zouden het huidige vervoer (nu alleen per trein) verdubbeld kunnen worden.
Het huidige netwerk van de Valenciennese tram, dat pas een jaar geleden werd ingewijd, zal vanaf 2011, aan het station van Quiévrain aangesloten zijn.


De tram voor het centraal Station van Valenciennes en (rechts) in het groen ingelegd. 

In minder dan vier jaar 14 kilometers rail aanleggen? Marc Thoraud, Directeur-Generaal van Transvilles , de maatschappij die de tram, en de stadsbus, exploiteert (te vergelijken met de Belgische busmaatschappij Hainaut), vindt de plannen ambitieus, maar qua timing niet onrealistisch.
Hij schat in dat het mogelijk is. De weg tussen Valenciennes en Quiévrechain leent zich er toe om een tramtracé aan te leggen. De Fransen hebben reeds besloten om hun huidig netwerk te verlengen tot Denain. Het is alleen een kwestie van rails leggen tot aan Belgische station, net van de andere kant van de grens, om aan het netwerk van de Belgische SNCB aangesloten te zijn. 
Jean-Louis Borloo is de drijvende kracht. Men verzekert in Valenciennes, dat het een persoonlijk idee van Jean-Louis Borloo is. Hij was van 1989 tot 2002 burgemeester van Valenciennes en nu minister van Economische Zaken. Als dus een minister van president Sarkozy achter een zulk een project staat, zijn de kansen om te slagen meer dan reëel. De Franse staat heeft reeds in ruime mate bijgedragen tot de financiering van de Valenciennese tram. Tot nu toe doet de tram tien gemeenten aan, over een lengte van 9,5 km. Zeventig miljoen euro is reeds gereserveerd voor fase II, die Denain zal aandoen. De autoriteiten willen nu dat Europese middelen via het programma Interreg III binnenkomen. De begroting van een dergelijk bouwplan kan variëren afhankelijk van of men enkelspoor of dubbelspoor wil aanleggen. ,,Men wordt niet verplicht om een dubbelspoor te verwezenlijken. In een minimalistische versie bouwt men enkelspoor met kruisingen,’’ aldus Thoraud.
Over het belang van het project behoeven de Fransen niet overtuigd te worden. ,,Dit project is een antwoord op een reële vraag. Momenteel kan men Bergen vanaf Valenciennes niet met de trein bereiken,’’ zo herhaalt Thoraud.
Ook niet per bus. Er bestaat nu geen enkele verbinding. Een project van dien aard is een tiental jaren geleden mislukt. Vervolgens is recent de electrificatie van de spoorweglijn aan de orde gesteld. 
En zo gaat de discussie voort, parallel met die van de verlenging van de lijn van tram. Aan Belgische zijde is men natuurlijk de vragende partij. De burgemeester van Quiévrain, Daniel Dorsimont (PS), denkt reeds aan de commerciële gevolgen voor de kleine grensstad. Hij zou de komst van de tram graag willen koppelen met de eeuwige problematiek van de binnenstad. Het doorgaand verkeer verstikt de grensplaats.