Vereniging voor Innovatief Euregionaal (rail-) Vervoer
VIEV – Molenweg 253 – 6543 VD Nijmegen –Postgiro 7533517 – www.viev.nl – Tel 0478-585483 / 024-3230070
College van Burgemeester en Wethouders
Projectsecretariaat DWS (20)
Postbus 9105
6500 HG Nijmegen
Betreft: bezwaarschrift ontwerpbestemmingsplan station Heijendaal e.o. / Spoorzone 2
Nijmegen, 18 juli 2004
Geacht College,
Het bestuur van de VIEV ondersteunt initiatieven voor een goede ontsluiting, met hoogwaardig openbaar vervoer, van het universiteitsterrein. Echter de komst van zowel een busbaan als een kopspoor van de RegioRail KAN vormen een bedreiging voor de reactivering van de spoorlijn Nijmegen-Kleve. Bovendien kunnen wij ontsluiting per bus niet als hoogwaardig beschouwen.
Wij zijn verheugd dat het tracé van Nijmegen-Kleve wordt verschoven met de komst van de busbaan. Plannen onder het vorige College om de spoorbaan te bedelven onder deze busbaan, zijn van tafel. Maar dit spoor wordt nu opgeofferd voor het kopspoor t.b.v. van de RegioRail KAN. In uw plannen ontbreken onderbouwingen, noch worden compensatiemaatregelen voorgesteld. Daarnaast houdt dit bestemmingsplan geen rekening met plannen voor een light rail verbinding richting universiteitscampus.
Derhalve zijn wij genoodzaakt bezwaar aan te tekenen op uw bovengenoemde bestemmingsplan met de onderstaande argumenten:
1. Onduidelijk is welke gevolgen dit bestemmingplan (i.c. het herbestemmen van het derde spoor als kopspoor van RegioRail KAN) heeft op een mogelijke reactivering van de spoorlijn Nijmegen-Kleve. Een railverkeerstechnische onderbouwing ontbreekt: wat zijn de gevolgen voor het aantal mogelijke treinpaden richting Groesbeek/Kleve? Welke treinfrequenties zijn nog mogelijk? Waarom is niet gekozen voor doortrekking richting Groesbeek?
2. Het is belangrijk dat het huidige Nijmegen-Kleve tracé exclusief gereserveerd blijft als railverbinding naar Duitsland, zodat deze eventueel onder het Duitse treinbeveiligings-regiem uitgevoerd kan worden. Ervaringen met andere grensoverschrijdende railverbindingen zoals Enschede-Gronau en Heerlen-Aachen, tonen aan dat toelating van Duits treinmaterieel in Nederland en Nederlands treinmaterieel in Duitsland kan zorgen voor complicaties: beide landen hanteren verschillende toelatingseisen en treinbeveiligingssystemen (Nederlandse ATB versus het Duitse Indusi).
3. In het bestemmingsplan ontbreekt een plan voor de aansluiting van het Kleefse spoor op het baanvaak Nijmegen-Venlo. Op welke wijze wordt dit gewaarborgd? Komt er een wisselstraat tussen Panovenlaan en station Heijendaal? Is deze aansluiting met ProRail als railinfrabeheerder afgestemd en gaat deze hiermee akkoord? Heeft het KAN en/of de Gemeente hiervoor middelen gereserveerd? Of worden de kosten afgewenteld op het reactiverings-project. Dit laatste is voor ons als VIEV onaanvaardbaar. Deze kosten dienen ten laste te komen van dit bestemmingsplan en/of RegioRail KAN.
4. Dit bestemmingsplan maakt een slechte indruk richting de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen die zich inzet om de spoorlijn Nijmegen-Kleve te reactiveren (zie nota Euregionale Mobiliteit van verkeersminister Horstman). Initiatieven die vooralsnog door Uw College zijn begroet zoals blijkt uit de brief van burgemeester Ter Horst en gemeentesecretaris Beckers aan het Ministerie van Verkeer in
Düsseldorf (najaar 2003).
5. Dit bestemmingsplan is in strijd met Uw eigen College-akkoord 2002-2006 waar afgesproken is een studie uit te voeren naar reactivering van de spoorlijn Nijmegen-Kleve en een light rail ontsluiting naar de universiteit. Dit bestemmingplan wacht niet op de uitkomsten van deze studie, maar zal bij realisatie zorgen voor onomkeerbare feiten.
6. Dit bestemmingsplan conflicteert met mondelinge toezeggingen van de wethouder van verkeer. De wethouder van verkeer, drs. A. Hirdes, heeft ons tijdens de workshop Ontsluiting Waalsprong, georganiseerd door Milieudefensie en GMF, op het stadhuis op 26 april 2003 beloofd in het najaar van 2003 terug te komen op tram-treinplannen. Tot op heden hebben wij hiervan niets meer vernomen. Nota bene heeft wethouder Hirdes ons opgeroepen - tijdens de toelichting van dit bestemmingsplan - om een lobby te starten voor mede-financiering (PPS) van de universiteit. Op dit moment is het overleg tussen ons bestuur en de universiteit gaande.
7. De busbaan in de spoorkuil dient zodanig uitgevoerd te worden dat deze voorbereid is voor de introductie van tramsporen in het kader van light rail ontsluiting naar de universiteit. De busbaan dient derhalve de bestemming tramweg te krijgen.
8. De verkeerstechnische onderbouwing van de keuze voor de busbaan ontbreekt: Wat is de kostendekkingsgraad van dit project?
Hoogachtend,
Drs. Ing. M.S.A. Walraven
Voorzitter VIEV
Drs Cees J.L.M. de Vocht
Secretaris VIEV