23 september 2011, persmededeling Vlaanderen
Principiële keuze electrische sneltram Hasselt-Maastricht
De Vlaamse Regering heeft op voorstel van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits gekozen voor een
electrische sneltram tussen Hasselt en Maastricht. Deze tramlijn zou op termijn 6,8 miljoen reizigers per jaar kunnen aantrekken. Omwille van het meer duurzame karakter en de promotie door de Vlaamse Regering van elektrische aandrijving voor voertuigen, zal de mogelijkheid om de introductie van een sneltram zonder bovenleiding opengelaten worden. De regering geeft De Lijn de opdracht om samenwerkingsovereenkomsten met Nederland en de Vlaamse steden en gemeenten uit te werken.
Sneltramlijn 1
Geactualiseerd reizigerspotentieel
De Lijn wist aanvankelijk niet hoeveel potentiële reizigers er zouden zijn van en naar Nederland. Een juiste potentieelinschatting was noodzakelijk. Tijdens de zomer van 2011 werd het totale potentieel, met de grensoverschrijdende verplaatsingen herberekend. Simulaties van het potentieel voor de lijn Hasselt-Maastricht geven 6.800.000 reizigers aan op jaarbasis. Als het reizigerspotentieel vergeleken wordt met het totaal aantal reizigers van de kusttram (12.799.993 in 2010), die dubbel zo lang is en een hogere frequentie aanbiedt, kan de sneltramlijn 1 de vergelijking doorstaan met één van de succesvolste tramverbindingen van De Lijn.
Geactualiseerde kostprijs
De geactualiseerde kostprijs bedraagt voor de infrastructuur 122,2 miljoen euro, die via PPS zal worden gerealiseerd. Deze kostprijs is inclusief de volgende extra investeringen: een aanpassing van een aantal bruggen op spoorlijn 20, een volledige en duurzame elektrificatie van de lijn, een nieuw door Europa opgelegd spoorbeveiligingssysteem en extra milderende maatregelen voor mens en milieu. De keuze voor elektrificatie houdt aanvankelijk een hogere investeringskost in, maar betaalt zich op termijn volledig terug, omdat de exploitatie goedkoper is.
Via het klassieke investeringsbudget van De Lijn en het Agentschap Wegen en Verkeer wordt respectievelijk 23,5 miljoen euro en 14,7 miljoen euro voorzien, zoals voor de afschaffing van overwegen, de herinrichting van een gevaarlijk punt aan de Grenslandhallen in Hasselt met de aanleg van een tramtunnel en
grondverwervingen.
Naast de infrastructuur zijn er 12 elektrische sneltrams en een stelplaats te Hasselt voor de sneltrams voorzien. De 12 elektrische sneltrams vertegenwoordigen een totale aankoopwaarde van 48 miljoen euro, die verworven zullen worden via aankoop of huur. De bouw van de stelplaats wordt geraamd op 23 miljoen euro en zou via PPS worden gerealiseerd.
Licht op groen voor onderhandelingen met Nederland en Vlaamse steden
De Vlaamse Regering vraagt aan De Lijn om de nodige ontwerp samenwerkingsovereenkomsten met Nederland uit te werken en de overeenkomsten met de Vlaamse steden en gemeenten af te ronden. Als deze openstaande zaken uitgeklaard zijn, is het dossier voor Spartacuslijn 1 volledig.
Sneltramlijn 2 en 3
Het dossier van de sneltram Hasselt – Genk – Maasmechelen bevindt zich in een fase van trajectafweging (plan-MER fase) en wordt verdergezet.
Voor de verbinding Hasselt – Neerpelt – Lommel werd op vraag van Federaal minister Vervotte en Vlaams minister Crevits een vergelijkende studie uitgevoerd. Gezien uit de studie is gebleken dat een treinverbinding een betere optie is, vraagt de Vlaamse Regering aan Vlaams minister Crevits om gesprekken op te starten met de Federale minister van Overheidsbedrijven zodat de realisatie van de verbinding Hasselt – Neerpelt – Lommel opgenomen wordt in het meerjareninvesteringsprogramma van de NMBS-groep. De PlanMER procedure voor de verbinding Hasselt – Neerpelt – Lommel zal worden verdergezet met zowel de optie Lightrail (sneltram) als Lighttrain (trein) zodat een eventuele realisatie door De Lijn van deze verbinding uit het Spartacusplan mogelijk blijft.
Minister Hilde Crevits: “Om meer mensen aan te trekken om het openbaar vervoer te gebruiken is in Limburg nood aan snelle verbindingen in het Maasland en naar Nederland. Uit de recente potentieelberekeningen is gebleken dat een grensoverschrijdende tramlijn van Hasselt naar Maastricht jaarlijks tot 6,8 miljoen reizigers kan aantrekken. In het kader van de duurzame mobiliteit is er ook gekozen voor een elektrische sneltram. De Lijn heeft nu de opdracht om de samenwerkingsakkoorden met Nederland en de Vlaamse steden en gemeenten op te maken.”
Tramtracé via Bassinbrug of langs Sappi

ROVER-Limburg 22 april 2009:
Tram in Maastricht moet over de Markt
Dank zij Vlaamse initiatiefnemers (de Lijn en de Vlaamse overheid) ziet het er naar uit dat er in 2012 weer een tram in Maastricht zal rijden. In onze stad zal die tram bijna dezelfde verbinding bieden als de allereerste tramlijn in 1886, namelijk tussen de Boschstraat en het Station.
Deze nieuwe regiotram is echter géén spil van het stedelijk OV-netwerk, maar vooral gericht op een zeer fraaie uitbreiding van het OV naar de Belgische plaatsen Lanaken en Hasselt en later het nieuwe “Belvédère” gebied.
Voor de centrumfunctie van Maastricht betekent de sneltram een belangrijke verbetering, en ontsluit Zuid-Oost Nederland met het Vlaamse gedeelte van het Belgische spoornet - met name richting Antwerpen.
Gepland is om tussen Maastricht en Lanaken een kwartierdienst te rijden. Per uur zouden dan twee trams verder gaan tot Hasselt.
Door het centrum van Maastricht zullen dus maximaal vier trams per uur in iedere richting rijden. Dat is praktisch mogelijk over een grotendeels enkel spoor. In de praktijk kan de tram dan - net als de bussen nu - naast de Vismarkt op het huidige weggedeelte blijven rijden.
Op termijn wordt overwogen om deze tramlijn vanaf het Station verder door te trekken naar het MECC en het AZM in Randwyck en misschien nóg verder: naar De Heeg en/of Eijsden.
Nog voor de zomer moet de gemeente(raad) Maastricht beslissen hoe de tram kan worden ingepast in de binnenstad en welke consequenties dat heeft voor het (bestaande) stedelijk openbaar vervoer.
Er zijn voor deze inpassing drie trajecten onderzocht vanuit Lanaken naar het Station:
A. Bosscherweg – Fransensingel – (Sappiterrein) – Maasboulevard – Wilhelminabrug -
B. Bosscherweg – Boschstraat – Bassinbrug – Maasboulevard – Wilhelminabrug.
C. Bosscherweg – Boschstraat – Markt – (Gubbelstraat) – Wilhelminabrug.
Vooralsnog wil een meerderheid van de raad bijna alle bussen én de tram in beide richtingen over de Maasboulevard. Het is voor ons, ROVER, minder belangrijk of de route dan via Bassin of via Sappi verloopt. In beide gevallen komt een centrale in- en uitstaphalte voor het Centrum op de Maasboulevard tussen Gubbelstraat en Kleine Gracht te liggen.
Voor Reizigersvereniging ROVER is dat de slechtste optie. De meeste OV-reizigers worden hierdoor gedwongen nóg verder te lopen naar hun bestemmingen in de binnenstad. Het mag dan slechts iets van 500 meter verder zijn, maar de hele loopafstand, die nu al aan de rand van het betamelijke ligt, overschrijdt hierbij in veel gevallen het maximum dat voor stedelijk vervoer door de gemeenteraad werd vastgesteld.
Een Centrumhalte voor het Openbaar moet IN het Centrum liggen en niet er naast.
ROVER pleit derhalve voor een halte óp of direct bij de Markt. Deze halte is alleen te verwezenlijken met route C.
Naar ons idee zou daarbij tevens moeten worden onderzocht of het niet mogelijk is de tramlijn door het Mosae Forum te leiden en daarna met een nieuw tussenbruggetje naar de Wilhelminabrug. De nieuwe tramhalte zou dan tussen Mosae Forum en het Stadhuis kunnen worden gelegd, waardoor de aantrekkelijkheid van het tramgebruik zeker 20% zou stijgen.
Een moderne tram is voor iedere burger een pronkstuk dat gezien mag worden. Dat hoeft niet achterom geleid te worden.
Lees ook: De voorgeschiedenis Maastricht-Hasselt