Algemeen Dagblad, 27 maart 2004
Conducteur als bedreigde diersoort
De NS mag tot 2015 als enige treinen laten rijden op de belangrijkste trajecten. De spelregels waar de spoorwegen zich aan moeten houden, staan in de Concessiewet. Wat kan de treinreiziger verwachten?
Tarief treinkaartje
De prijs van het kaartje was vorig jaar aanleiding voor een rechtzaak. De NS probeerde de afspraken met de overheid te omzeilen door na een half jaar alweer een tariefsverhoging door te voeren. 
In het geheime concept van de nieuwe Concessiewet staat dat één keer per jaar het tarief voor het komende jaar moet worden vast gesteld. Als de NS bijzonder goede prestaties levert, kan de vervoerder met de consumentenorganisaties bij de minister van Verkeer aankloppen om een extra stijging te bepleiten. 
De jaarlijkse prijsverhoging van het treinkaartje is gekoppeld aan de inflatie. Wat de NS daar aan 'winst' boven op mag doen is nog niet bepaald. Voorheen was dat 2 procent. Ook mogen de Spoorwegen het jaarlijkse bedrag aan infraheffing, de huur van de rails, doorberekenen aan de reiziger. Vorig jaar was dat 41 miljoen euro. Dat bedrag zal de komende jaren fors stijgen, de NS is bang dat de kaartjes daardoor te duur zullen worden. 
Conducteur
De conducteur is een bedreigde diersoort aan het worden. Hoewel alle onderzoeken over sociale veiligheid uitwijzen dat reizigers het belangrijk vinden dat zij bij calamiteiten iemand kunnen aanspreken, biedt de Concessiewet geen garanties. De staatssecretaris schrijft dat 'zich situaties kunnen voordoen waarbij de NS besluit geen conducteur meer op de trein te hebben en in het kader van de sociale veiligheid andere maatregelen treft'. 
Deze formulering zet de deur open voor meer camera's in de trein en voor poortjes die op de perrons de toegangscontrole overnemen. De NS experimenteert al met tourniquets en wil er over een paar jaar tientallen stations mee uitrusten. Schultz eist wel dat de NS het schrappen van conducteurs vooraf onderbouwt. Conducteurloze treinen tellen overigens opvallend genoeg niet mee bij de berekening van de kans dat de reiziger een conducteur tegenkomt. Verleden jaar was dat 46 procent. 
Frequentie
Op de 26 grootste stations van het land moet ieder uur twee keer een trein in alle richtingen vertrekken. Voor de overige 356 stations geld die frequentie alleen in de spits. Daarbuiten is eens per uur voldoende. De stations met weinig reizigers zitten in de gevarenzone. De NS mag van Verkeer en Waterstaat namelijk stations voorbij rijden of minder vaak aandoen, als het aantal opstappende reizigers te laag wordt. De ondergrens is tijdens de spits en op weekdagen 25 passagiers per uur in alle richtingen en in de stille uren tien Instappers.
Zitplaatsen
Voor het eerst komen er eisen aan het aantal zitplaatsen. De criteria waaraan de NS moet voldoen zijn echter zeer vrijblijvend. In het wetsvoorstel staat dat de reiziger een redelijke kans op een zitplaats moet hebben. 
Een cijfer wordt daarbij niet genoemd. Wat de staatsecretaris betreft, is het genoeg wanneer de NS de zelfde kans op een zitplaats biedt als het openbaar vervoer in de grote steden. De spoorwegen zelf noemen in hun reactie een grens van 15 minuten als langst mogelijke statijd. 
Vooral in stoptreinen zal staan vaker kunnen voorkomen omdat de NS alle stoptreinen de komende jaren ombouwt of vervangt door treinen met minder zitplaatsen.