Algemeen Dagblad,
28 januari 2004:
Angst voor NS-scenario
Vervoer grote steden in gevaar
De kwaliteit van het openbaar vervoer in de vier grote steden loopt ernstig
gevaar. Metro, tram en bus dreigen niet goed meer op elkaar aan te sluiten en bestaande lijnen
gedeeltelijk te verdwijnen.
Dit gebeurt volgens de verkeerswethouders van Amsterdam, Den Haag en Utrecht als
zij werk moeten maken van de wettelijk voorgeschreven concurrentie in het
stadsvervoer. Ze zetten daarom hun hakken in het zand en laten minister
Peijs (Verkeer) weten dat ze de komende jaren niet wensen te voldoen aan de
wet.
De Utrechtse wethouder Yet van den Bergh verwoordt de kritiek het felst. ,,Als we doen wat de minister wil, is de reiziger de klos.'' ,,Verschillende
soorten vervoer sluiten dan niet langer op elkaar aan omdat meerdere bedrijven ze uitvoeren.
Buslijnen die nu keurig van a naar b gaan, eindigen ergens in niemandsland. Ik kan dat niet
aan mijn burgers uitleggen.'' De lokale bestuurders krijgen uitbundige
bijval uit de Tweede Kamer.
De grootste angst van de wethouders is een herhaling van wat te boek staat als
het NS-scenario. De minister wil dat de infrastructuur en de bussen, trams en metro's
die erop rijden niet langer in één bedrijf worden ondergebracht.
Naar het voorbeeld van de spoorwegen moet de gemeente eigenaar blijven van de
rails, metrotunnels of busbanen. Voor het vervoer zouden de steden bedrijven moeten
inhuren. Daarnaast moet veel efficiënter worden gewerkt om kosten te besparen.
Bij de NS zorgde deze combinatie van eisen ervoor dat het in 2000 en 2001
compleet misging. De lokale bestuurders zijn bang dat hetzelfde recept in hun stad zorgt
voor bijvoorbeeld minder goed op tijd rijdende metro's en reizigers die niet goed
worden opgevangen als de bovenleiding van de tram kapot is. ,,Ik ben behoorlijk bang
voor het NS-scenario'', zegt de Amsterdamse wethouder Mark van der Horst.
Wat de gemoederen ook bezighoudt, is het idee van de minister de verschillende
soorten vervoer uit elkaar te halen en aan aparte bedrijven te gunnen. Zo zou de
Amsterdamse metro in handen kunnen blijven van het Gemeentelijk Vervoer
Bedrijf (GVB) terwijl Arriva alle buslijnen bestiert en Connexxion de trams
voor zijn rekening neemt. De wethouders vrezen daarom voor hun netjes op
elkaar aansluitende dienstregelingen. Volgens hen ziet de minister vrije
concurrentie als doel in plaats van als een middel. ,,Met marktwerking kun je
elkaar heel lang bezighouden zonder het openbaar vervoer beter, efficiënter
of goedkoper voor de gebruiker te maken. Het lijkt mij belangrijker dat de
minister koerst op meer reizigers dan op meer concurrentie'', aldus de
Haagse wethouder Bruno Bruins.
,,De werkelijkheid is dat in grote delen van het streekvervoer, waar al
marktwerking bestaat, het aantal passagiers daalt terwijl het stadsvervoer juist groeit.''
Den Haag, Amsterdam en Utrecht willen het liefst langjarige contracten met de huidige
vervoerders te sluiten. Ze denken dat de gebruikers het meest zijn gebaat bij één bedrijf dat
alle het
openbaar vervoer voor zijn rekening neemt. De verkeerswethouders hebben dit de
minister eind vorig jaar tijdens een besloten bijeenkomst verteld.
Bij deze sessie was ook de Rotterdamse wethouder Stefan Hulman aanwezig. Volgens zijn collega's zit hij met hen op één lijn. Zelf wil Hulman echter
niets over het onderwerp zeggen tot het college de antwoordbrief naar Peijs heeft verstuurd.