OPINIE De Gelderlander nov. 2005:
Gratis trein en bus niet goed voor milieu 

Vooral fietsers en voetgangers zullen gebruik maken van gratis openbaar vervoer. Het milieu schiet er dus niets mee op, betoogt Arthur Hofstad. 
Het gaat om initiatieven die nadelig uitpakken voor het milieu omdat het vooral de fietsers en voetgangers zijn die er gebruik van gaan maken en niet de automobilisten. Uitpuilende bussen en treinen vormen immers een weinig aantrekkelijk alternatief voor de auto.
De nieuwe partij van Peter R. de Vries, de Partij van de Arbeid, maar ook diverse lokale politieke partijen kwamen de afgelopen weken weer met voorstellen om het openbaar vervoer gratis te maken. De ene partij wil het gratis voor iedereen, de andere met name voor ouderen, werklozen of leerlingen van het middelbaar beroepsonderwijs.
Naast positieve kanten, zoals een betere toegankelijkheid voor minder mobiele burgers, kleven er toch vooral bezwaren aan dit idee. Het belangrijkste bezwaar tegen gratis openbaar vervoer is dat het milieu er niets mee opschiet, terwijl het politici daar wel vaak om te doen is.
De kans is groot dat vooral fietsers en voetgangers meer gebruik maken van gratis trein en bus. De ervaringen met de OV-studentenkaart tonen dat aan. Ook de ervaringen in Apeldoorn met goedkope buskaartjes (weliswaar niet gratis) leren dat het vooral fietsers zijn die de goedkope of gratis bus pakken. De verwachte of gehoopte milieuwinst van automobilisten die overstappen op de bus blijft hierdoor achterwege. Want automobilisten, toch al gewend aan meer privacy tijdens hun reis, zijn door volle treinen en bussen nog minder geneigd de auto te laten staan.
De zware aanslag op de toch al beperkte OV-budgetten door gratis openbaar vervoer, zorgt ervoor dat er niet extra geïnvesteerd kan worden in een verdere kwaliteitsverbetering van het openbaar vervoer, zoals comfortabeler treinen en bussen, aantrekkelijke bushaltes en een snellere doorstroming in het hopeloos vastlopende verkeer. Dat zijn verbeteringen waar reizigers, ook de huidige 'keuzereizigers' (automobilisten), veel meer behoefte aan hebben.
Tenslotte verdwijnt door het gratis maken van openbaar vervoer de prikkel bij vervoersbedrijven om hun OV-product klantvriendelijker te maken. De klant draagt immers niet meer direct bij aan het betalen van de kosten voor openbaar vervoer en wordt zo (nog) minder serieus genomen.
Bij de roep om gratis openbaar vervoer wordt vaak verwezen naar België, waar de Vlaamse gemeente Hasselt met haar gratis openbaar vervoer een doorslaand succes zou zijn. Inderdaad nam het OV-gebruik explosief, toe al moet er wel bij vermeld worden dat het Hasseltse openbaar vervoer voordien niet veel voorstelde. De toename lag echter ook niet alleen aan het gratis maken van openbaar vervoer. Het buslijnennet werd uitgebreid, evenals het aantal bushaltes en daarbij ging de geplande aanleg van een parkeergarage in de binnenstad niet door. Verder werd de binnenstad autoluw en werd de ringweg om de Hasseltse binnenstad teruggebracht van vier naar twee banen, factoren die het autogebruik dus ook ontmoedigden. De belangrijkste les hieruit is dat gratis openbaar vervoer alleen tot minder autogebruik en dus milieuwinst leidt als tegelijkertijd stevige en vaak impopulaire maatregelen genomen worden om het autogebruik te ontmoedigen. Daar hebben we de pleitbezorgers van gratis openbaar vervoer nog niet over gehoord.
Overigens betekent afwijzen van gratis openbaar vervoer niet dat het variëren met prijzen moet worden afgeraden. Zeker niet. De vele tariefexperimenten in het land, zoals ook in tal van Gelderse steden en regio's, tonen aan dat veel reizigers, heel vaak nieuwe reizigers, de weg naar het openbaar vervoer in toenemende mate weten te vinden. Initiatieven als de succesvolle KAN-kaartjes, Euro-retourtjes en gezinsdagkaarten moeten dan ook zeker voortgezet en zo mogelijk uitgebreid worden, omdat ze nieuwe reizigers trekken en omdat ze er meestal op gericht zijn om de bussen ook buiten de spits voller te krijgen.
Het openbaar vervoer lijkt weer een beetje in de lift te zitten, na jaren van verwaarlozing en bezuinigingen. De nieuwe wijze van aanbesteden, waarbij vervoerders elkaar beconcurreren om openbaar vervoer te mogen verzorgen, heeft daar mede voor gezorgd. Maar ook door de hoge benzineprijzen en door alle perikelen rond ongezonde lucht staat het openbaar vervoer weer in het centrum van de belangstelling. Milieuvriendelijk en aantrekkelijk openbaar vervoer vormt één van de oplossingen voor een betere luchtkwaliteit. Maar dat kost wel geld. Het is logisch dat de reiziger daar een acceptabele prijs voor betaalt. Dat wil die reiziger ook best, maar dan wel een prijs die in verhouding staat tot hetgeen hem geboden wordt en ook in verhouding tot de alternatieven, zoals de fiets en de auto. Dus duurder dan de fiets, maar goedkoper dan de auto.
Gratis openbaar vervoer dient dan ook te verdwijnen uit de hoofden van de dames en heren politici om plaats te maken voor initiatieven tot sneller, comfortabeler en betrouwbaarder openbaar vervoer die het reizen per bus of trein echt aantrekkelijk maken. 

Arthur Hofstad is beleidsmedewerker van de Gelderse Milieufederatie